documenten
onderwerpen zeeuwskenniscentrum 

De agenda leesbaarheid wordt veelal gekoppeld aan "voorzieningen". De vraag is: welke voorzieningen? Onderstaand artikel is een invalshoek. Benadering vanuit voorziengen ook.

De leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Er is volop aandacht voor. Bewoners kijken samen met de gemeente naar de toekomst van hun dorp. Centraal staat de vraag: wat is er nodig om de leefbaarheid nu en in de komende jaren te verbeteren? Het zijn met name demografische ontwikkelingen als krimp, vergrijzing en ontgroening die voor problemen lijken te zorgen. Welke zijn de mogelijke oplossingen om de leefbaarheid in de kleine kernen te versterken.

Leefbaarheid en demografische ontwikkelingen

Kernachtig gezegd wordt met leefbaarheid gedoeld op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving in de meest brede zin van het woord. Ofwel, in hoeverre sluit de omgeving aan bij de wensen en behoeften van de bewoners. De fysieke component van leefbaarheid speelt een cruciale rol. Gemeenten kunnen onder meer via volkshuisvesting en het realiseren van maatschappelijke voorzieningen sturen op een goede leefbaarheid. Ruimtelijke kwaliteit verbetert niet alleen de fysieke leefomgeving, maar ook de perceptie van veiligheid en sociale betrokkenheid (denk aan levendige dorpscentra, goede openbare ruimte, voorkomen van achterstandswijken, etc.). Het is niet voor niets dat leefbaarheid in eerste instantie gekoppeld wordt aan de (fysieke) woonomgeving en het voorzieningenniveau. Dit zijn absolute voorwaarden voor de leefbaarheid in een kern of wijk.

Demografische ontwikkelingen zetten het voorzieningenniveau onder druk. Dit is het centrale probleem in kleine kernen. Vooral gemeenten buiten een stedelijke invloedssfeer hebben al te kampen met een bevolkingskrimp en een sterke vergrijzing en ontgroening. In zulke gemeenten neemt het aantal inwoners de komende 20 jaar met 5 tot 10% af. Bovendien wijzigt de bevolkingssamenstelling drastisch. Het aantal 75-plussers verdubbelt en het aantal kinderen en de beroepsbevolking daalt met ongeveer 25%. Deze ontwikkelingen hebben een grote weerslag op de benodigde voorzieningen in een kern. Waar de vraag naar zorg explosief zal stijgen, zal op veel andere terreinen het draagvlak ontoereikend worden. Voorbeelden zijn onder meer (sport)verenigingen, onderwijsinstellingen, winkels etc. Denk maar aan de lokale supermarkt die op veel plaatsen al is verdwenen. Ook de vraag naar sociaal-economische voorzieningen als kantoorpanden en bedrijventerreinen zal afnemen. Het voorzieningenniveau moet zich aanpassen op deze wisselende omstandigheden.

Van traditionele ruimtelijke ordening naar een nieuwe aanpak

De samenleving verandert qua demografie en wordt steeds dynamischer. Overheden moeten hier op anticiperen. Het laten aansluiten van het voorzieningenniveau op de wensen van een snel veranderende samenleving is de uitdaging van de toekomst. Vraag en aanbod moet op elkaar afgestemd worden om de leefbaarheid op peil te houden. Ruimtelijke ordening speelt hier een essentiële rol in. Het is twijfelachtig of de traditionele wijze van ruimtelijke ordening klaar voor is voor deze nieuwe opgave. Zo is de cultuur van het rigide en aanbodgerichte ontwikkelen nog altijd sterk aanwezig. Je ziet menig gemeente proberen de demografische ontwikkelingen te doorbreken door extra te bouwen voor jongere huishoudens. Of door met kantoorpanden meer werkgelegenheid te creëren. Gemeenten richten zich op het aantrekken van ‘buitenaf’ terwijl ze zich moeten concentreren op wat al aanwezig is. Ons inziens zal de traditionele aanpak moeten worden ingeruild voor een moderne versie. 

Vraaggericht bouwen

Het aloude aanbodgerichte bouwen moet plaats maken voor een vraaggerichte benadering. In tijden van krimp werkt aanbodgerichte sturing niet meer. De krapte verdwijnt immers uit de markt, waardoor kopers het voor het zeggen krijgen. Vraag volgt niet langer aanbod. Er is, ook in omringende gemeenten, keus genoeg! Het is voor gemeenten dus zaak vraag en aanbod beter op elkaar aan te sluiten. Lukt dit niet dan is er risico op overaanbod (in bepaalde sectoren) en dus leegstand met alle gevolgen van dien. Gemeenten moeten luisteren naar de samenleving en beleid extra zorgvuldig afwegen om vraag en aanbod te koppelen. Wat willen mijn bewoners nu en wat willen ze over 10-15 jaar?

Versterken door verbinden

Het is nodig het voorzieningenniveau in stand te houden om de leefbaarheid te borgen. Het principe van ‘overal een beetje’ zal niet meer werken. Daar is te weinig draagvlak voor. Het wordt noodzakelijk voorzieningen te concentreren. Versterken door verbinden. Dit betekent ook het maken van heldere keuzes. Die zullen soms pijnlijk zijn. Het centreren op de ene plaats gaat immers ten koste van een andere. Doel moet in ieder geval zijn een geheel te laten ontstaan waarbij verschillende voorzieningen via samenwerking van elkaar kunnen profiteren. Dit gaat verder dan het bundelen van detailhandel. Denk bijvoorbeeld aan een brede school+ waar naast een school en kinderopvang ook plaats is voor verenigingen en misschien wel een klein winkeltje of een woon-zorg combinatie. Kern van het verhaal is dat slimme allianties en innovatieve oplossingen noodzakelijk zijn om in tijden van krimp bepaalde voorzieningen levensvatbaar te houden. Dit alles zou zich moeten concentreren op een aantrekkelijk centraal punt wat mensen aantrekt. Dit helpt niet alleen de voorzieningen zelf, maar kan ook de levendigheid en sociale samenhang in een kern versterken.

Flexibiliteit

Het laatste cruciale uitgangspunt is flexibiliteit. Prognoses zijn per definitie niet deterministisch. Het is zeker dat veranderingen zullen plaatsvinden, maar de toekomst wijst pas uit wat de precieze omvang daarvan is. Je zult als gemeente, indien nodig, bij moeten sturen. Dit kan alleen met een bepaalde mate van flexibiliteit in de ruimtelijke inrichting. De flexibiliteit moet zich zowel op gebouw- als op gebiedsniveau uiten. Op gebouwniveau wil dit zeggen dat een bouwwerk meerdere functies kan herbergen of relatief eenvoudig van functie kan wisselen. Flexibiliteit op gebiedsniveau betekent dat meerdere functies op één plek samen kunnen gaan. De tijd dat mensen hier wonen, daar werken en ginds uitgaan is allang voorbij. Met flexibele combinaties kan beter aan de eisen van een dynamische samenleving worden voldaan.

Ter verduidelijking een voorbeeld. In een relatief kleine kern is de basisschool aan vervanging toe. De prognoses geven echter aan dat het aantal kinderen het komende decennia sterk zal afnemen. Uiteraard komt de vraag op of een investering in een nieuwe school wel zinvol is. Deze bouw je namelijk niet voor een paar jaar. Flexibiliteit is dan een oplossing. Het nieuwe bouwwerk moet anticiperen op de toekomst door de mogelijkheid te bieden (op termijn) ook andere functies in het gebouw toe te laten. Klaslokalen die over 10 jaar leeg komen te staan kunnen bijvoorbeeld worden omgetoverd tot seniorenappartementen (of iets anders). Zo zijn er tal van mogelijkheden te bedenken waardoor een gemeente grip kan krijgen op veranderende omstandigheden.

De oplossing ligt verscholen in het begrip leefbaarheid. ‘In hoeverre sluit de omgeving aan bij de wensen en behoeften van de bewoners’. Dit is de beste focus om leefbaarheid te versterken. Het aanbod moet passend zijn op de vraag. Wat willen de mensen? Het vraaggericht en flexibel bouwen zijn methoden om als gemeente grip te krijgen op een veranderende maatschappij. Daar bovenop kan met nieuwe concepten het voorzieningenniveau op peil worden gehouden. Op deze manier hebben gemeenten meer kans de demografische ontwikkelingen op juiste wijze ‘begeleiden’. Dit hoeft zeker niet ten koste te gaan van de leefbaarheid!

Bron: beeckk adviseurs

De toekomst van leefbaarheid in kleine kernen

Auteur Kevin Schoot, Pim Elshof, Saxion Instituut Academie Ruimtelijke Ontwikkeling en Bouw. Om de leefbaarheid in kleine kernen te kunnen verbeteren is de rol van het Plaatselijk Belang tijdens het dorpsplan proces niet van invloed, als er maar wel een rol gekozen wordt. Tijdens het dorpsplan proces dient te worden ingezet op het thema ontmoeten, omdat projecten die onder dit thema vallen sleutelprojecten zijn. Bron: Bachelor thesis 2012 Saxion Deventer. Zie document hieronder.

Vanuit het rijk is er beleid gericht op het platteland en de kleine kernen die daar aanwezig zijn. In de verschillende beleidsstukken wordt wat gezegd over de rol van de overheid als het gaat om ontwikkeling van initiatieven. De visie van de rijksoverheid is dat er meer ruimte moet komen voor initiatiefnemers. Mensen die nieuwe activiteiten willen starten moeten zich daartoe uitgenodigd voelen. Bewoners moeten zelf, ondersteund door provincies en gemeenten, het initiatief nemen voor een leefbaarheidsproject. Dit wordt ook wel overheidsparticipatie genoemd. ‘De samenleving centraal stellen’, is een belangrijk uitgangpunt bij deze gedachte.

Één van de methoden om de wensen en ideeën van de mensen in kaart te brengen, is de methode van het ontwikkelen van dorpsplannen. Dorpsplannen kunnen worden opgesteld op advies van de gemeente, of op advies van de bewoners zelf. Het vertrekpunt mag dan verschillend zijn, over het algemeen kan gesteld worden dat het dorpsplan een positieve bijdrage levert aan de omgeving. De leefbaarheid wordt zodoende vergroot. Commentaar op deze thesis door VKK Gelderland.

Onderzoek naar de leefbaarheid van kleine kernen in de Provincie Utrecht. 

Op welke wijze en met welke middelen en methoden kan de Utrechtse Vereniging Kleine Kernen het beleid de komende jaren vormgeven? Beleidsplan en beleidsadvies voor de UVKK. Roos Verboog, Masterthesis Afdeling sociologie Faculteit Sociale Wetenschappen 2011. 

Bron UU. Zie document hieronder.

Hoe belangrijk bovenstaande ook is ...

Het gaat veelal om de kleine dingen, de speelplaats, goed onderhoud aan groenvoorzieningen en wegen, het ommetje langs de molen, een standje en alles wat in een dorp voor de bewoners zo belangrijk is.

    Documenten - Klik op de thumbnail van het document